Sarah Hilse, 12.01.2023

Als het team van LucyBalu op kantoor uitweidt over onze eigen katten, zou je denken dat een groepje ouders de nieuwste hoogstandjes van hun kleintjes bespreekt.
En als ouders moeten we onze harige baby's goed beschermen - met vaccinaties.

Vaccinaties horen bij de basiszorg van elke kat - ook binnenkatten

Dit onderwerp moet je serieus nemen, ook al kan een bezoek aan de dierenarts vervelend en stressvol zijn.

En ja - goede fokkers laten kittens pas gevaccineerd het huis verlaten, maar zoals we allemaal na jaren van vaccinatiediscussies hebben geleerd, beschermt een vaccinatie niet levenslang.
Ook binnenkatten moeten trouwens gevaccineerd worden. Natuurlijk lopen binnenkatten lang niet zo veel risico op besmetting met een virus als katten die naar buiten mogen. Maar immuun zijn ze niet. Want ook bij een bezoek aan de dierenarts kunnen dieren besmet raken.

Vaccinaties redden elk jaar het leven van talloze katten! Want de zeer besmettelijke virusziekten lopen heel vaak dodelijk af - en ze zouden zo eenvoudig te voorkomen zijn met vaccinaties.

Katten vaccineren? Een duidelijk JA! - maar hoe?

Er bestaan vaccinatieschema's waarmee eigenaren een overzicht krijgen van wat wanneer zinvol is. Deze schema's zetten we hierna voor je op een rijtje. Er zijn een paar basisregels: katten die vrij naar buiten kunnen, moeten absoluut uitgebreid gevaccineerd worden, bij binnenkatten kun je in overleg met je dierenarts eventueel een of twee vaccinaties overslaan. Het belangrijkste voor ons als eigenaren: alleen gezonde katten mogen worden gevaccineerd. Of de kat gezond en fit is, beoordeelt de dierenarts op de dag van de vaccinatie. Net als bij mensen zou een vaccinatie tijdens een actieve ziekte of bij een verzwakt immuunsysteem te belastend zijn voor het lichaam. Daarnaast is het onder andere heel belangrijk om katten twee weken vóór de eigenlijke vaccinatieafspraak te ontwormen. Zo weet je zeker dat er geen parasieten stiekem het immuunsysteem van de katten of kittens belasten.
En: het is nooit te laat om te starten met een zogenoemde basisimmunisatie, oftewel een eerste vaccinatieronde. Ook volwassen katten reageren goed op vaccinaties.

Als het team van LucyBalu op kantoor uitweidt over onze eigen katten, zou je denken dat een groepje ouders de nieuwste hoogstandjes van hun kleintjes bespreekt.
En als ouders moeten we onze harige baby's goed beschermen - met vaccinaties.

Vaccinaties horen bij de basiszorg van elke kat - ook binnenkatten

Dit onderwerp moet je serieus nemen, ook al kan een bezoek aan de dierenarts vervelend en stressvol zijn.

En ja - goede fokkers laten kittens pas gevaccineerd het huis verlaten, maar zoals we allemaal na jaren van vaccinatiediscussies hebben geleerd, beschermt een vaccinatie niet levenslang.
Ook binnenkatten moeten trouwens gevaccineerd worden. Natuurlijk lopen binnenkatten lang niet zo veel risico op besmetting met een virus als katten die naar buiten mogen. Maar immuun zijn ze niet. Want ook bij een bezoek aan de dierenarts kunnen dieren besmet raken.

Vaccinaties redden elk jaar het leven van talloze katten! Want de zeer besmettelijke virusziekten lopen heel vaak dodelijk af - en ze zouden zo eenvoudig te voorkomen zijn met vaccinaties.

Katten vaccineren? Een duidelijk JA! - maar hoe?

Er bestaan vaccinatieschema's waarmee eigenaren een overzicht krijgen van wat wanneer zinvol is. Deze schema's zetten we hierna voor je op een rijtje. Er zijn een paar basisregels: katten die vrij naar buiten kunnen, moeten absoluut uitgebreid gevaccineerd worden, bij binnenkatten kun je in overleg met je dierenarts eventueel een of twee vaccinaties overslaan. Het belangrijkste voor ons als eigenaren: alleen gezonde katten mogen worden gevaccineerd. Of de kat gezond en fit is, beoordeelt de dierenarts op de dag van de vaccinatie. Net als bij mensen zou een vaccinatie tijdens een actieve ziekte of bij een verzwakt immuunsysteem te belastend zijn voor het lichaam. Daarnaast is het onder andere heel belangrijk om katten twee weken vóór de eigenlijke vaccinatieafspraak te ontwormen. Zo weet je zeker dat er geen parasieten stiekem het immuunsysteem van de katten of kittens belasten.
En: het is nooit te laat om te starten met een zogenoemde basisimmunisatie, oftewel een eerste vaccinatieronde. Ook volwassen katten reageren goed op vaccinaties.

Basisimmunisatie van kittens (en katten)

De basisimmunisatie, die eigenlijk elke dierenarts aanbeveelt, zou rond de 8e levensweek moeten plaatsvinden en een vaccinatie tegen kattenziekte en de belangrijkste verwekkers van de gevreesde kattensnot moeten bevatten. De hervaccinatie tegen deze ziekten volgt dan ongeveer 4 weken na de eerste vaccinatie; pas dan kun je spreken van een kat met basisimmuniteit. Vóór de 8e levensweek zijn kittens heel goed beschermd door de maternale antistoffen uit de moedermelk - daarna neemt deze bescherming echter snel af, waardoor je hier zou moeten beginnen met vaccineren. Buitenkatten moeten daarnaast dringend beschermd worden tegen kattenleukemie. Deze vaccinatie kan voor het eerst in de 16e levensweek worden toegediend.

Hondsdolheid bij katten: is een vaccinatie nodig?

Een gevoelig onderwerp: hondsdolheid (rabiës). Ja, Duitsland geldt grotendeels als rabiësvrij. Maar er duiken nog altijd af en toe positieve dieren op, zoals soms vleermuizen. Rabiës is uiterst besmettelijk en een agressieve zoönose - dat wil zeggen dat het ook voor mensen een echt gevaar vormt. Rabiës verloopt altijd dodelijk - daarom raden we deze vaccinatie dringend aan. Vanaf de 12e levensweek kunnen je kittens deze krijgen. Ook voor binnenkatten is de rabiësvaccinatie aan te raden.

Optionele vaccinaties voor katten

Daarnaast zijn er ook nog optionele vaccinaties tegen bijvoorbeeld Bordetella of chlamydia. Ze worden optioneel genoemd omdat de vaccinatie ofwel niet voor 100% beschermt, ofwel omdat de ziekte bij een uitbraak goed te behandelen is. Deze twee vaccinaties zijn vooral aan te raden bij meerkattenhuishoudens met problemen met deze verwekkers.

Belangrijk: stel het beste samen met je dierenarts een vaccinatieplan op. Daarin komt idealiter de specifieke situatie van je kat naar voren - reis je bijvoorbeeld vaak, of heb je meer dan één kat in huis? Wil je fokken of heb je op andere manieren vaak contact met andere dieren? Als je hier rekening mee houdt, kun je een goede vaccinatiebescherming opbouwen.

Basisimmunisatie van kittens (en katten)

De basisimmunisatie, die eigenlijk elke dierenarts aanbeveelt, zou rond de 8e levensweek moeten plaatsvinden en een vaccinatie tegen kattenziekte en de belangrijkste verwekkers van de gevreesde kattensnot moeten bevatten. De hervaccinatie tegen deze ziekten volgt dan ongeveer 4 weken na de eerste vaccinatie; pas dan kun je spreken van een kat met basisimmuniteit. Vóór de 8e levensweek zijn kittens heel goed beschermd door de maternale antistoffen uit de moedermelk - daarna neemt deze bescherming echter snel af, waardoor je hier zou moeten beginnen met vaccineren. Buitenkatten moeten daarnaast dringend beschermd worden tegen kattenleukemie. Deze vaccinatie kan voor het eerst in de 16e levensweek worden toegediend.

Hondsdolheid bij katten: is een vaccinatie nodig?

Een gevoelig onderwerp: hondsdolheid (rabiës). Ja, Duitsland geldt grotendeels als rabiësvrij. Maar er duiken nog altijd af en toe positieve dieren op, zoals soms vleermuizen. Rabiës is uiterst besmettelijk en een agressieve zoönose - dat wil zeggen dat het ook voor mensen een echt gevaar vormt. Rabiës verloopt altijd dodelijk - daarom raden we deze vaccinatie dringend aan. Vanaf de 12e levensweek kunnen je kittens deze krijgen. Ook voor binnenkatten is de rabiësvaccinatie aan te raden.

Optionele vaccinaties voor katten

Daarnaast zijn er ook nog optionele vaccinaties tegen bijvoorbeeld Bordetella of chlamydia. Ze worden optioneel genoemd omdat de vaccinatie ofwel niet voor 100% beschermt, ofwel omdat de ziekte bij een uitbraak goed te behandelen is. Deze twee vaccinaties zijn vooral aan te raden bij meerkattenhuishoudens met problemen met deze verwekkers.

Belangrijk: stel het beste samen met je dierenarts een vaccinatieplan op. Daarin komt idealiter de specifieke situatie van je kat naar voren - reis je bijvoorbeeld vaak, of heb je meer dan één kat in huis? Wil je fokken of heb je op andere manieren vaak contact met andere dieren? Als je hier rekening mee houdt, kun je een goede vaccinatiebescherming opbouwen.

Ons overzicht van belangrijke beschermende vaccinaties voor katten

1. Kattenziekte

Kattenziekte (panleukopenie) is een van de vreselijkste ziektes bij katten en treft vooral jonge en heel jonge kittens. Ze wordt via ontlasting van dier tot dier of via besmette kleding op de kat overgedragen. Ook honden die aan parvovirose lijden, kunnen katten infecteren. Het virus valt cellen van de darm, het beenmerg en het lymfestelsel aan en vernietigt deze. De dieren worden ontzettend ziek en gaan vaak al na enkele dagen dood. Genezing lukt slechts zelden en de behandeling is erg duur en enorm belastend. Een vaccinatie biedt bijna honderd procent bescherming tegen de ziekte.

  1. Vaccinatie: 6e tot 8e week
  2. Vaccinatie: 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: na 1 jaar, daarna elke 3 jaar (kan per product verschillen)

2. Kattensnot

Anders dan de naam doet vermoeden, is kattensnot allesbehalve onschuldig. Bij kattensnot (rhinotracheïtis) worden de betrokken virussen en bacteriën meestal van dier tot dier overgedragen. Meestal zijn calici- en/of herpesvirussen betrokken. De kat wordt snel erg zwak en er treedt vaak afscheiding op uit neus en ogen. De katten ontwikkelen daarnaast vaak koorts en verliezen alle eetlust. Naarmate de ziekte vordert, wordt ook de ademhaling ernstig belemmerd - een echte kwelling voor de dieren. Vooral bij jonge dieren kunnen onherstelbare gevolgschade optreden. De beschermende vaccinatie is zeer doeltreffend en absoluut aan te raden! Iedereen die ooit een zogenoemde 'boerderijkat' met verzuurde ogen heeft gezien, weet hoezeer deze dieren lijden.

  1. Vaccinatie: 6e-8e week
  2. Vaccinatie: 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: na 1 jaar, daarna elke 3 jaar

3. Leukemie (Felien Leukemievirus, FeLV)

Leukemie (kattenleukemie) wordt met name gevreesd omdat deze ziekte niet te genezen is. Katten met FeLV kunnen weliswaar nog met de ziekte leven, maar zijn levenslang geïsoleerd en chronisch ziek. Katten in meerkattenhuishoudens of buitenkatten lopen eerder risico op besmetting dan alleenstaande binnenkatten. De kat raakt besmet door nauw contact met een besmette kat, bijvoorbeeld bij het besnuffelen, of door contact met ontlasting, urine of ook krabwonden. Leukemie is niet altijd eenvoudig te diagnosticeren, omdat de ziekte zich met een zeer breed scala aan symptomen kan tonen. Van koorts, diarree en bloedarmoede tot een doffe vacht zijn er veel alarmsignalen mogelijk.

  1. Vaccinatie: 16e week
  2. Vaccinatie: 20e week

Hervaccinatie: na 1 jaar, daarna elke 3 jaar

4. Hondsdolheid

Niet alleen voor buitenkatten is een vaccinatie tegen hondsdolheid zinvol. Want elk vermoedelijk geval van besmetting bij een kat betekent dat deze kat moet worden ingeslapen. De angst dat mensen besmet raken met deze altijd dodelijk verlopende ziekte, is groot. Hondsdolheid wordt overgedragen via speeksel, met name bij bijtwonden.

  1. Vaccinatie: vanaf de 12e week
  2. Vaccinatie: indien nodig 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: na 1 tot 3 jaar, afhankelijk van de fabrikant

Let op: bij reizen naar het buitenland is een geldige hondsdolheidvaccinatie verplicht. Informeer sowieso ruim voor je reis naar de verdere bepalingen van het land van bestemming.

5. Chlamydia

Chlamydia wordt overgedragen door smetinfecties en andere katten. Het leidt tot ernstige oogontsteking, verkoudheid en koorts. Vaak treedt het gelijktijdig op met de verwekkers van kattensnot. Een behandeling met antibiotica is intensief, maar mogelijk. De vaccinatie tegen chlamydia beschermt niet tegen een infectie, maar vermindert de symptomen bij een eventuele ziekte aanzienlijk.

  1. Vaccinatie: vanaf de 8e week
  2. Vaccinatie: 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: jaarlijks

Ons overzicht van belangrijke beschermende vaccinaties voor katten

1. Kattenziekte

Kattenziekte (panleukopenie) is een van de vreselijkste ziektes bij katten en treft vooral jonge en heel jonge kittens. Ze wordt via ontlasting van dier tot dier of via besmette kleding op de kat overgedragen. Ook honden die aan parvovirose lijden, kunnen katten infecteren. Het virus valt cellen van de darm, het beenmerg en het lymfestelsel aan en vernietigt deze. De dieren worden ontzettend ziek en gaan vaak al na enkele dagen dood. Genezing lukt slechts zelden en de behandeling is erg duur en enorm belastend. Een vaccinatie biedt bijna honderd procent bescherming tegen de ziekte.

  1. Vaccinatie: 6e tot 8e week
  2. Vaccinatie: 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: na 1 jaar, daarna elke 3 jaar (kan per product verschillen)

2. Kattensnot

Anders dan de naam doet vermoeden, is kattensnot allesbehalve onschuldig. Bij kattensnot (rhinotracheïtis) worden de betrokken virussen en bacteriën meestal van dier tot dier overgedragen. Meestal zijn calici- en/of herpesvirussen betrokken. De kat wordt snel erg zwak en er treedt vaak afscheiding op uit neus en ogen. De katten ontwikkelen daarnaast vaak koorts en verliezen alle eetlust. Naarmate de ziekte vordert, wordt ook de ademhaling ernstig belemmerd - een echte kwelling voor de dieren. Vooral bij jonge dieren kunnen onherstelbare gevolgschade optreden. De beschermende vaccinatie is zeer doeltreffend en absoluut aan te raden! Iedereen die ooit een zogenoemde 'boerderijkat' met verzuurde ogen heeft gezien, weet hoezeer deze dieren lijden.

  1. Vaccinatie: 6e-8e week
  2. Vaccinatie: 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: na 1 jaar, daarna elke 3 jaar

3. Leukemie (Felien Leukemievirus, FeLV)

Leukemie (kattenleukemie) wordt met name gevreesd omdat deze ziekte niet te genezen is. Katten met FeLV kunnen weliswaar nog met de ziekte leven, maar zijn levenslang geïsoleerd en chronisch ziek. Katten in meerkattenhuishoudens of buitenkatten lopen eerder risico op besmetting dan alleenstaande binnenkatten. De kat raakt besmet door nauw contact met een besmette kat, bijvoorbeeld bij het besnuffelen, of door contact met ontlasting, urine of ook krabwonden. Leukemie is niet altijd eenvoudig te diagnosticeren, omdat de ziekte zich met een zeer breed scala aan symptomen kan tonen. Van koorts, diarree en bloedarmoede tot een doffe vacht zijn er veel alarmsignalen mogelijk.

  1. Vaccinatie: 16e week
  2. Vaccinatie: 20e week

Hervaccinatie: na 1 jaar, daarna elke 3 jaar

4. Hondsdolheid

Niet alleen voor buitenkatten is een vaccinatie tegen hondsdolheid zinvol. Want elk vermoedelijk geval van besmetting bij een kat betekent dat deze kat moet worden ingeslapen. De angst dat mensen besmet raken met deze altijd dodelijk verlopende ziekte, is groot. Hondsdolheid wordt overgedragen via speeksel, met name bij bijtwonden.

  1. Vaccinatie: vanaf de 12e week
  2. Vaccinatie: indien nodig 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: na 1 tot 3 jaar, afhankelijk van de fabrikant

Let op: bij reizen naar het buitenland is een geldige hondsdolheidvaccinatie verplicht. Informeer sowieso ruim voor je reis naar de verdere bepalingen van het land van bestemming.

5. Chlamydia

Chlamydia wordt overgedragen door smetinfecties en andere katten. Het leidt tot ernstige oogontsteking, verkoudheid en koorts. Vaak treedt het gelijktijdig op met de verwekkers van kattensnot. Een behandeling met antibiotica is intensief, maar mogelijk. De vaccinatie tegen chlamydia beschermt niet tegen een infectie, maar vermindert de symptomen bij een eventuele ziekte aanzienlijk.

  1. Vaccinatie: vanaf de 8e week
  2. Vaccinatie: 3-4 weken na de eerste vaccinatie

Hervaccinatie: jaarlijks

Entdecke LucyBalu